Jaarruimte berekenen in 2026: hoeveel mag je fiscaal bijsparen?
De jaarruimte is het bedrag dat je in een jaar aftrekbaar mag inleggen voor een lijfrente of extra pensioen. In 2026 is dat 30 procent van je premiegrondslag uit 2025, min 6,27 keer je factor A.
In het kort. Je jaarruimte voor 2026 reken je uit met je inkomen en je pensioenopbouw van 2025. De maximale jaarruimte is € 35.589. Wat je in eerdere jaren liet liggen, kun je tot tien jaar terug inhalen via de reserveringsruimte, in 2026 tot € 42.753. Aftrekbaar is alleen wat je in 2026 zelf betaalt, dus uiterlijk op 31 december.
Wat is de jaarruimte?
Wie via werk weinig of geen pensioen opbouwt, heeft volgens de Belastingdienst een pensioentekort. Om dat tekort zelf aan te vullen, mag je premie voor een lijfrente of een vergelijkbaar product aftrekken van je inkomen in box 1. Hoeveel je mag aftrekken, is je jaarruimte. Het geld staat later klaar als aanvulling op je AOW en werkgeverspensioen, en pas bij de uitkering betaal je er belasting over.
Twee dingen verrassen mensen vaak. De jaarruimte van dit jaar rust op je situatie van vorig jaar: voor 2026 kijkt de Belastingdienst naar 2025. En ook wie via de werkgever pensioen opbouwt, houdt meestal nog wat ruimte over, zeker met een bescheiden regeling of een salaris boven het pensioengevend salaris.
Hoe bereken je je jaarruimte in 2026?
De Belastingdienst rekent in vier stappen:
- Tel je inkomen van 2025 op. Het gaat om je belastbaar loon, je winst uit onderneming (vóór de ondernemersaftrek) en je resultaat uit overige werkzaamheden. Boven € 137.800 telt het niet mee.
- Trek de AOW-franchise af. Die is € 19.172. Wat overblijft is je premiegrondslag, met een maximum van € 118.628.
- Neem 30 procent van de premiegrondslag.
- Trek 6,27 keer je factor A af. Factor A is de pensioenopbouw van 2025 die op je pensioenoverzicht (UPO) staat. Bouw je geen pensioen op via werk, dan is factor A nul.
De uitkomst is je jaarruimte voor 2026. Hieronder staan de bedragen die de Belastingdienst daarvoor gebruikt.
| Onderdeel | 2026 |
|---|---|
| Percentage van de premiegrondslag | 30% |
| Inkomen dat maximaal meetelt | € 137.800 |
| AOW-franchise | € 19.172 |
| Maximale premiegrondslag | € 118.628 |
| Vermenigvuldigingsfactor voor factor A | 6,27 |
| Maximale jaarruimte | € 35.589 |
| Maximale reserveringsruimte | € 42.753 |
Bron: Belastingdienst, Overzicht cijfers levensverzekeringen per 1 januari 2026 (artikel 3.127 Wet inkomstenbelasting 2001).
Hoeveel jaarruimte heb ik? Een rekenvoorbeeld stap voor stap
Neem Sanne. Ze werkt in loondienst, verdiende in 2025 een belastbaar loon van € 60.000 en bouwt pensioen op bij het pensioenfonds van haar werkgever. Op haar UPO over 2025 staat een factor A van € 1.200.
- Inkomen 2025: € 60.000.
- Min de AOW-franchise van € 19.172 geeft een premiegrondslag van € 40.828.
- 30 procent daarvan is € 12.248,40.
- 6,27 keer de factor A van € 1.200 is € 7.524.
- Jaarruimte 2026: € 12.248,40 min € 7.524 is € 4.724,40.
Sanne mag in 2026 dus ruim € 4.700 aftrekbaar inleggen, ondanks haar pensioen via het werk. Zo ziet dezelfde rekensom eruit voor een zzp'er zonder pensioenregeling en een DGA die geen pensioen opbouwt in zijn bv:
| Stap | Werknemer (Sanne) | Zzp'er | DGA |
|---|---|---|---|
| Inkomen 2025 | € 60.000 loon | € 50.000 winst | € 80.000 loon uit de bv |
| Min AOW-franchise | € 19.172 | € 19.172 | € 19.172 |
| Premiegrondslag | € 40.828 | € 30.828 | € 60.828 |
| 30 procent | € 12.248,40 | € 9.248,40 | € 18.248,40 |
| Min 6,27 keer factor A | € 7.524 | € 0 | € 0 |
| Jaarruimte 2026 | € 4.724,40 | € 9.248,40 | € 18.248,40 |
Verdiende iemand in 2025 meer dan € 137.800 en bouwde hij geen pensioen op, dan komt hij uit op het maximum: 30 procent van € 118.628, afgerond € 35.589.
Bron bedragen: Belastingdienst, Overzicht cijfers levensverzekeringen per 1 januari 2026. Formule: Belastingdienst, KG:070:2024:3 over de jaarruimteberekening. De inkomens en de factor A zijn voorbeelden. Reken je eigen situatie na met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst.
Waar vind je je factor A?
Factor A staat op het uniform pensioenoverzicht (UPO) dat je pensioenfonds of verzekeraar elk jaar stuurt. Voor de jaarruimte 2026 heb je het UPO over 2025 nodig. Bij de meeste regelingen staat het bedrag onder het icoon Factor A. Bij sommige regelingen staat het onder het icoon Jaarruimte; de Belastingdienst legt per soort regeling uit welk bedrag je overneemt.
Werkte je in 2025 bij twee werkgevers, dan heb je twee UPO's en neem je de opbouw uit allebei mee. Kun je je UPO niet vinden, vraag het dan op bij de uitvoerder of kijk in hun online omgeving. Zonder factor A kun je de jaarruimte alleen berekenen als je in 2025 geen pensioen opbouwde.
Wat is de reserveringsruimte?
Jaarruimte die je niet gebruikt, vervalt niet meteen. Ze telt op tot je reserveringsruimte, en die kun je in de tien jaar daarna nog benutten. In 2026 gaat het om niet-gebruikte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025. Het maximum is € 42.753, voor al je lijfrenteproducten samen.
Heb je zowel jaarruimte als reserveringsruimte, dan raadt de Belastingdienst aan eerst de reserveringsruimte te gebruiken. Zo benut je de oudste ruimte voordat die verloopt. Om de reserveringsruimte te berekenen heb je je inkomensgegevens en pensioenopbouw van de afgelopen tien jaar nodig; het hulpmiddel van de Belastingdienst rekent het voor je uit.
Voor wie lang zelfstandig was of een paar jaar zonder pensioenregeling werkte, is dit vaak het grootste bedrag. Een eenmalige inleg aan het eind van het jaar kan dan een flinke aftrek opleveren.
Tot wanneer kun je storten?
Je trekt de premie af in het jaar waarin je betaalt. Wil je de jaarruimte of reserveringsruimte van 2026 gebruiken, dan moet het geld dus in 2026 betaald zijn. Banken en verzekeraars hebben rond de jaarwisseling vaak een eigen uiterste datum voor verwerking; kijk daar op tijd naar en wacht niet tot 31 december zelf.
Er is één uitzondering. Ondernemers die hun oudedagsreserve of stakingswinst omzetten in een lijfrente, hebben tot 1 juli van het jaar erna. Verder mag je lijfrentepremie inleggen tot vijf jaar na je AOW-leeftijd. Ben je geboren vóór 1 september 1953, dan heb je geen jaarruimte meer voor 2026, maar mogelijk nog wel reserveringsruimte.
Wat betekent de jaarruimte voor werkgevers?
Als werkgever regel je de jaarruimte niet, maar je medewerkers komen er wel mee bij HR. Ze vragen naar hun factor A, willen weten of hun regeling "genoeg" is, of vragen of ze via de zaak kunnen bijsparen. Een paar dingen helpen om die vragen goed te beantwoorden:
- Verwijs naar het UPO. De factor A staat daar, niet in de salarisadministratie. Wijs medewerkers in november op het UPO en op mijnpensioenoverzicht.nl voor het totaalbeeld.
- Leg uit dat een eigen bijdrage niet aftrekbaar is. Betaalt een medewerker via het loon mee aan de pensioenregeling, dan is die bijdrage al onbelast. Hij mag haar niet nog eens aftrekken in de aangifte.
- Houd er rekening mee dat een betere regeling de jaarruimte verkleint. Verhoog je de premie of het pensioengevend salaris, dan stijgt de factor A en krimpt de ruimte om zelf bij te sparen. Meld dat bij de communicatie over de wijziging.
- Overweeg vrijwillig bijsparen in de regeling. Veel medewerkers vinden het makkelijker om extra in te leggen via de eigen pensioenregeling dan zelf een lijfrente af te sluiten.
Pensioenhart kan dit voor je team toelichten. Kijk bij werkgevers wat dat inhoudt.
Kun je via je werkgever bijsparen in plaats van een lijfrente?
Ja, als je pensioenregeling dat toestaat. Veel pensioenfondsen en verzekeraars bieden vrijwillig bijsparen aan. Je werkgever houdt de extra inleg in op je brutoloon, zodat je er nu geen belasting over betaalt. Je trekt hem dus niet af in de aangifte.
Er is één wisselwerking. Wat je extra inlegt via de regeling, telt mee als pensioenopbouw en daarmee in de berekening van je jaarruimte. Je ruimte voor een eigen lijfrente wordt dus kleiner. Beide routes naast elkaar mag, maar dezelfde fiscale ruimte gebruik je maar één keer.
Als werkgever moet je dit wel inrichten: de uitvoerder moet de mogelijkheid bieden, de salarisadministratie verwerkt de inhouding en in de regeling staat hoeveel er maximaal bij mag. Een lijfrente sluit de medewerker zelf af, buiten de werkgever om.
Jaarruimte als DGA: waar let je op?
Een directeur-grootaandeelhouder valt vaak buiten de pensioenregeling van zijn eigen bedrijf en bouwt sinds het einde van pensioen in eigen beheer meestal niets meer op in de bv. Zijn factor A is dan nul en de jaarruimte hangt alleen af van het salaris dat de bv hem betaalt. Dividend telt niet mee.
Daaruit volgt een praktisch punt. Het salaris dat je jezelf in 2026 betaalt, bepaalt je jaarruimte voor 2027. Wie in december het DGA-salaris vaststelt, neemt dat het best in één keer mee. Bouw je wel pensioen op via een regeling van de bv bij een verzekeraar, dan heb je een UPO met een factor A en reken je zoals een werknemer.
Of een lijfrente de beste keuze is, of dat je vermogen beter in de bv laat staan, hangt af van je inkomen, je plannen met het bedrijf en je privésituatie. Dat zoeken we samen uit in een financiële planning.
Welke fouten worden vaak gemaakt?
- Het inkomen van het verkeerde jaar. Voor de jaarruimte 2026 gebruik je de cijfers van 2025, niet je verwachte inkomen van dit jaar.
- De factor A vergeten. Wie die weglaat, rekent zich rijk en trekt te veel af. De Belastingdienst corrigeert dat later.
- De eigen pensioenbijdrage via het loon aftrekken. Die is al onbelast en hoort niet in de aangifte.
- Te laat betalen. Een storting die pas in januari wordt afgeschreven, telt voor het nieuwe jaar.
- De reserveringsruimte laten liggen. Veel mensen kijken alleen naar dit jaar en vergeten de ruimte van eerdere jaren, die na tien jaar verloopt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel jaarruimte heb ik?
Dat hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw in 2025. Neem 30 procent van je inkomen boven € 19.172 (tot maximaal € 137.800) en trek daar 6,27 keer je factor A van af. Het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst rekent het precies uit.
Wat is de maximale jaarruimte in 2026?
€ 35.589. Dat is 30 procent van de maximale premiegrondslag van € 118.628, voor iemand zonder pensioenopbouw met een inkomen van € 137.800 of meer.
Hoeveel jaar terug mag je jaarruimte inhalen?
Tien jaar. In 2026 kun je niet-gebruikte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025 gebruiken via de reserveringsruimte, tot maximaal € 42.753.
Kan ik jaarruimte berekenen zonder factor A?
Alleen als je in 2025 geen pensioen opbouwde, bijvoorbeeld als zzp'er of als DGA zonder regeling. Dan is factor A nul. Bouwde je wel op, vraag dan je UPO op bij je pensioenuitvoerder.
Heb ik jaarruimte als ik pensioen opbouw via mijn werkgever?
Vaak wel, maar minder. Hoe groter je pensioenopbouw, hoe hoger je factor A en hoe kleiner je jaarruimte. Het rekenvoorbeeld hierboven laat zien dat er bij een gewone regeling meestal iets overblijft.
Wat gebeurt er als ik meer inleg dan mijn jaarruimte?
Het deel boven je jaarruimte en reserveringsruimte is niet aftrekbaar. Je bent het geld niet kwijt, maar je krijgt er geen belastingvoordeel op.
Hoe vul je de jaarruimte in bij de aangifte?
In de aangifte inkomstenbelasting vul je de betaalde lijfrentepremie in bij de uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Je hebt daarvoor het jaaroverzicht van je bank of verzekeraar nodig, met wat je in dat jaar hebt betaald. Of het bedrag binnen je jaarruimte en reserveringsruimte past, reken je zelf uit met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst. Bewaar die berekening bij je aangifte.
Wat levert storten in je jaarruimte op?
Je trekt de inleg af tegen het tarief dat je nu betaalt: in 2026 35,75, 37,56 of 49,50 procent, afhankelijk van je inkomen. Leg je € 1.000 in en valt dat helemaal in het tarief van 37,56 procent, dan betaal je € 375,60 minder belasting. Het geld in een lijfrenteproduct telt niet mee in box 3. Pas bij de uitkering betaal je belasting, na je AOW-leeftijd meestal tegen een lager tarief omdat de AOW-premie dan wegvalt.
Waar vind ik mijn jaarruimte bij de Belastingdienst?
In Mijn Belastingdienst staat geen persoonlijke jaarruimte. Je berekent hem met het hulpmiddel lijfrentepremie op de site van de Belastingdienst. Je vult je inkomen van vorig jaar en de factor A van je UPO in, en voor de reserveringsruimte ook de gegevens van eerdere jaren.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk fiscaal advies. Bedragen en regels veranderen jaarlijks; controleer de actuele cijfers bij de Belastingdienst.
Cijfers gecontroleerd op 4 november 2026. Bronnen: Belastingdienst, Overzicht cijfers levensverzekeringen per 1 januari 2026; Belastingdienst, Aftrekken lijfrentepremies; Belastingdienst, Nieuwe regels voor pensioenen; Belastingdienst, KG:070:2024:3 Vragen en antwoorden over de jaarruimteberekening; Belastingdienst, Belastingberekening 2026 (tarieven box 1).
Lees ook: Pensioenregeling opzetten · Wet toekomst pensioenen voor werkgevers
Laat je jaarruimte en reserveringsruimte doorrekenen
In een financiële-planningsgesprek rekent Aukje uit hoeveel je nog aftrekbaar kunt inleggen en of een lijfrente bij je past. Ook voor DGA's.
Vrijblijvend gesprek aanvragen